Het motorexamen
Het motorexamen is tegenwoordig opgedeeld in drie delen. Namelijk een theorie-examen en een uit twee delen bestaand praktijkexamen.
Dat laatste zit zo; met ingang van 1 april 2004 is het motor(praktijk)examen ingrijpend gewijzigd. Vanaf dat moment is het aantal bijzondere verrichtingen uitgebreid en moeten de kandidaten niet vier, maar zeven bijzondere verrichtingen uitvoeren.
Door die uitbreiding is het motor(praktijk)examen gesplitst in twee delen. Het examen Voertuigbeheersing en het examen Verkeersdeelneming.
De maatregelen zijn bedoeld om de motorrijder beter te beschermen. Alle landen in de Europese Unie zijn dat verplicht.
Het examen Voertuigbeheersing
Tijdens het examen Voertuigbeheersing kan de examinator kiezen uit twaalf oefeningen, waarvan de kandidaat er zeven moet uitvoeren. De twaalf oefeningen zijn ingedeeld in vier clusters:
Lopen met de motor en gebruik van de standaard
(deze is verplicht)
Verrichtingen bij lage snelheid (zes oefeningen,
waarvan één verplicht en één naar keuze)
Verrichtingen bij hogere snelheid
(twee oefeningen, beide verplicht)
Remoefeningen (drie oefeningen, waarvan één
verplicht en één naar keuze)
Geslaagd voor het examen Voertuigbeheersing?
Dan is het resultaat één jaar geldig. In die periode kun je - ongelimiteerd - opgaan voor het examen Verkeersdeelneming.
Het examen verkeersdeelneming
In het examen Verkeersdeelneming laat je zien dat je je volgens de geldende regels op een veilige manier handig door het verkeer voortbeweegt. Dit examen is inhoudelijk niet veranderd.
Informatie
- De motorrijlessen
- De eisen voor het motorrijbewijs
- Kledingeisen
- Het motorexamen
- Bijzondere verrichtingen
- Terug naar Motor-rijbewijs